Gezondheid & aandoeningen

Cane Corso • Boerboel • outcrossprogramma

Deze pagina beschrijft besproken aandoeningen en gezondheidsproblemen, wat onderzoek wel en niet kan aantonen en hoe wij die informatie meenemen in onze fokkeuzes. Opname in dit overzicht betekent niet dat een aandoening bij al onze honden voorkomt, of bij beide rassen even vaak voorkomt.

Wat betekent een testuitslag?

DNA-testbaar: een gerichte test onderzoekt een bekende variant. Vrij geldt voor die variant, niet voor alle ziekten. Een identificatieprofiel is geen gezondheidstest.

Klinisch onderzoek: onderzoekt de hond zelf, bijvoorbeeld met röntgenfoto’s, oogonderzoek, echo of bloedonderzoek. Veel uitslagen zijn momentopnamen.

Multifactorieel: meerdere genen en omgevingsfactoren beïnvloeden het risico. Een gunstige uitslag van ouderdieren garandeert geen gezonde pups.

Geen betrouwbare voorspellende test: een aandoening kan wel worden vastgesteld wanneer zij optreedt, maar niet vooraf betrouwbaar worden voorspeld bij een klachtenvrije hond. Deze categorieën kunnen overlappen.

Bij elke uitslag horen testnaam, variant of onderzoek, datum, leeftijd en waar van toepassing de officiële beoordeling. Niet onderzocht is niet hetzelfde als vrij.

Ons CombiBreed DNA-pakket

Wij gebruiken het CombiBreed-pakket voor de Cane Corso. Hieronder staan alle inbegrepen tests met de laboratoriumcodes. Het pakket bevat ziektetests, diversiteitsmetingen en vachtkleurtests. Een pakketuitslag betekent niet dat een hond op alle mogelijke aandoeningen is onderzocht.

CodeTestBetekenis
H811HUU — SLC2A9Ziektetest: zie Hyperuricosurie (HUU).
H871CMR1 — BEST1Ziektetest: zie CMR1 hieronder.
H902NCL1 — Cane CorsoZiektetest: zie NCL1.
H974DSRAZiektetest: zie DSRA.
H673DM Exon 2 — SOD1Risicovariant; geen zekere voorspelling van ziekte.
H146Robinow-like Syndroom — DVL2Variant met variabele uitwerking; zie DVL2.
H916Inteeltcoëfficiënt (COI)Maat voor genetische inteelt; geen ziektetest.
H917HeterozygositeitMaat voor genetische variatie; geen ziektetest.
H819K-locus (dominant zwart)Vachtkleurtest.
H820A-locus (agouti)Vachtkleurtest.
H791E-locus (6 varianten)Vachtkleurtest.
H857B-locus (bruin, 4 varianten)Vachtkleurtest.
H847D-locus 1Vachtkleurtest.
H326S-locus (piebald)Vachtkleurtest.
H630MerleVachtpatroon; ook relevant voor combinatiegebonden gezondheidsrisico’s.

Specificaties: ras: Cane Corso; orgaansysteem: meerdere systemen. Het laboratorium vermeldt als mogelijk materiaal swab, bloed EDTA, bloed heparine, sperma en weefsel. Afname en inzending volgen de instructies van het laboratorium.

Bij H811 wordt soms “hyperuricemie” vermeld. De SLC2A9-test betreft de erfelijke aanleg voor hyperuricosurie: verhoogde uitscheiding van urinezuur via de urine. Voor HUU, NCL1 en DSRA staan de zes onderdelen verderop op deze pagina. De toevoeging van een test aan een pakket bewijst niet dat een aandoening bij ieder ras even vaak voorkomt of dat de voorspelling voor iedere outcross gelijk is.

Ons beleid: we beoordelen de uitslagen per hond en per combinatie, samen met klinisch onderzoek, familiegeschiedenis en opvolging van nakomelingen. Voor autosomaal recessieve ziektes combineren we een drager alleen met een voor dezelfde variant geteste vrije partner. Een kleurtest of gunstige diversiteitsmeting vervangt geen gezondheidsonderzoek. We benoemen welke tests daadwerkelijk zijn uitgevoerd; niet getest is niet vrij.

Bron: CombiBreed Cane Corso-pakket.

CMR1 — Canine Multifocal Retinopathy (H871)

DNA-testbaar • klinisch oogonderzoek

Uitleg: Een erfelijke netvliesaandoening, beschreven bij onder meer Cane Corso en Boerboel.

Symptomen: Meerdere verheven plekken en veranderingen van het netvlies, soms al vanaf ongeveer 13 weken. Oogonderzoek kan afwijkingen aantonen voordat de eigenaar iets merkt.

Erfelijkheid: Autosomaal recessief; de test onderzoekt een variant in BEST1.

Onderzoek / test: DNA-test H871 voor de bekende variant, aangevuld met specialistisch oogonderzoek. Een DNA-uitslag beschrijft niet alle mogelijke oogziekten.

Betekenis voor de fokkerij: Twee dragers kunnen pups met twee kopieën van de variant krijgen. Klinische ooggezondheid blijft daarnaast belangrijk.

Ons beleid: We voorkomen combinaties die pups met twee kopieën van deze variant kunnen geven. Dragers worden alleen met een geteste vrije partner gecombineerd; oogafwijkingen laten we beoordelen.

Bron: Testinformatie.

Degeneratieve myelopathie — Exon 2 (H673)

DNA-testbare risicovariant • geen zekere voorspellende test voor ziekte

Uitleg: Een progressieve aandoening van het ruggenmerg, meestal bij oudere honden.

Symptomen: Toenemende coördinatieproblemen en zwakte van de achterhand, later mogelijk verlamming en incontinentie. Andere aandoeningen kunnen vergelijkbare klachten geven.

Erfelijkheid: De SOD1-variant wordt autosomaal recessief overgeërfd, met onvolledige penetrantie: twee kopieën betekenen niet dat een hond zeker ziek wordt. De betekenis verschilt tussen rassen.

Onderzoek / test: H673 onderzoekt de Exon 2-variant. De uitslag is geen diagnose. Bij klachten is neurologisch onderzoek nodig.

Betekenis voor de fokkerij: We interpreteren de variant als risico-informatie, ook bij outcross. Een vrije uitslag sluit andere oorzaken van neurologische ziekte niet uit.

Ons beleid: We vermijden combinaties die pups met twee kopieën van de geteste risicovariant kunnen geven. We wegen dit samen met totale gezondheid en diversiteit; klachten worden klinisch onderzocht.

Bron: Testinformatie.

Robinow-like Syndroom — DVL2 (H146)

DNA-testbare variant • variabele uitwerking • klinische beoordeling

Uitleg: Een variant die bij bepaalde rassen samenhangt met veranderingen van skelet en lichaamsbouw. Opname in dit pakket bewijst niet hoe vaak het syndroom bij Cane Corso of Boerboel voorkomt.

Symptomen: Onder meer een korte of geknikte staart en afwijkende staartwervels; ernst en andere kenmerken kunnen variëren. Afwijkingen kunnen soms pijn of neurologische klachten geven.

Erfelijkheid: CombiBreed beschrijft autosomaal recessieve overerving met onvolledige penetrantie. Niet iedere hond met hetzelfde genotype heeft dezelfde klachten.

Onderzoek / test: H146 onderzoekt de DVL2-variant. Bouw, functioneren en eventuele wervelafwijkingen vragen afzonderlijke klinische beoordeling.

Betekenis voor de fokkerij: Een DNA-uitslag moet in de context van ras, bouw en familie worden beoordeeld. Het is geen algemene garantie voor een gezond skelet.

Ons beleid: We gebruiken de uitslag om risicocombinaties te voorkomen en selecteren op functionele bouw. Bij een afwijkende uitslag of klachten beoordelen we de combinatie met veterinair/genetisch advies.

Bron: Testinformatie.

COI (H916) en heterozygositeit (H917)

DNA-gebaseerde diversiteitsmetingen • geen ziektetests

Uitleg: COI schat genetische inteelt; heterozygositeit beschrijft hoeveel onderzochte plaatsen in het DNA twee verschillende varianten bevatten.

Symptomen: Niet van toepassing: dit zijn populatie- en diversiteitsmaten, geen diagnoses of symptomen.

Erfelijkheid: De metingen weerspiegelen overgeërfde genetische variatie. Ze voorspellen niet op zichzelf welke ziekte een hond krijgt.

Onderzoek / test: DNA-analyse. Uitkomsten hangen af van gebruikte markers, berekeningsmethode en referentiepopulatie. Vergelijk percentages alleen binnen een passend, vergelijkbaar meetkader.

Betekenis voor de fokkerij: Ze helpen om verwantschap en genetische variatie mee te wegen. Een individuele COI is niet automatisch de voorspelde COI van een geplande combinatie.

Ons beleid: We gebruiken deze informatie naast afstamming, gezondheid en familiegeschiedenis. In het outcrossprogramma volgen we meerdere generaties. Meer diversiteit is geen garantie op gezonde pups.

Bron: Testinformatie.

Vachtkleurtests: K, A, E, B, D, S en Merle

DNA-testbare kleurvarianten • geen algemene gezondheidstests

Uitleg: K (H819) onderzoekt dominant zwart; A (H820) agouti en pigmentverdeling; E (H791, 6 varianten) de expressie van pigment; B (H857, 4 varianten) bruin; D-locus 1 (H847) kleurverdunning; S/piebald (H326) witte aftekeningen; Merle (H630) een merlepatroon. Verschillende loci werken samen: één uitslag voorspelt niet altijd de zichtbare vacht.

Symptomen: Een kleur of aftekening is op zichzelf geen ziekte. Bij bepaalde merlecombinaties kunnen gehoor- en oogproblemen voorkomen. Die worden afzonderlijk onderzocht.

Erfelijkheid: De overerving verschilt per locus en variant. Bij merle kunnen verschillende allelen en hun lengte de interpretatie ingewikkelder maken; een patroon kan weinig zichtbaar zijn.

Onderzoek / test: DNA-tests voor de opgenomen varianten. “Vrij” voor één variant sluit andere kleurvarianten niet uit. Een D-locusuitslag is geen diagnose van huidziekte. DNA vervangt bij verdenking geen oog-, gehoor- of huidonderzoek.

Betekenis voor de fokkerij: Kleurinformatie helpt verwachte kleuren en relevante merlerisico’s te beoordelen, maar zegt niets over HD, epilepsie of de totale gezondheid.

Ons beleid: Gezondheid, karakter en functionele bouw staan voorop. We beoordelen kleurtests op basis van het volledige laboratoriumrapport. We vermijden merlecombinaties die pups met verhoogd risico op gehoor- of oogproblemen kunnen geven, en vragen bij onduidelijke allelen deskundige interpretatie.

Bronnen: UC Davis: vachtkleur en merle.

Heupdysplasie (HD)

Klinisch onderzoek • multifactorieel

Uitleg: Een ontwikkelingsstoornis van het heupgewricht met onvoldoende stabiliteit en mogelijk artrose. Relevant voor beide rassen en outcrosshonden.

Symptomen: Stijfheid, moeite met opstaan, kreupelheid of minder bewegingslust; een hond kan ook zonder zichtbare klachten afwijkende heupen hebben.

Erfelijkheid: Meerdere erfelijke factoren spelen mee, samen met groei, lichaamsgewicht en belasting. Een vrije ouder garandeert geen vrije pups.

Onderzoek / test: Correct gepositioneerde röntgenfoto’s en officiële beoordeling; bij klachten aanvullend orthopedisch onderzoek. Geen eenvoudige voorspellende DNA-test.

Betekenis voor de fokkerij: Selectie op ouderdieren én familie- en nakomelingengegevens verlaagt risico, maar sluit HD niet uit.

Ons beleid: Wij nemen officiële HD-uitslagen, klachten, leeftijd en verwanten mee in de combinatiekeuze. Honden met HD D of HD E worden niet voor de fokkerij ingezet. Een klachtenvrije hond noemen wij niet automatisch HD-vrij.

Elleboogdysplasie (ED)

Klinisch onderzoek • multifactorieel

Uitleg: Een verzamelnaam voor ontwikkelingsafwijkingen van de elleboog, waaronder coronoïdproblemen, LPA/UAP, incongruentie en OCD.

Symptomen: Voorhandkreupelheid, stijfheid na rust en pijn bij belasting; soms geen duidelijke klachten.

Erfelijkheid: Erfelijke aanleg en omgevingsfactoren beïnvloeden de ontwikkeling.

Onderzoek / test: Officiële röntgenscreening. Bij verdenking kunnen CT en soms artroscopie nodig zijn. Geen betrouwbare eenvoudige DNA-test.

Betekenis voor de fokkerij: Ook milde afwijkingen en klachtenvrije dieren kunnen relevant zijn voor de fokkerij.

Ons beleid: Wij beoordelen officiële ED-uitslagen naast functioneren en gegevens van verwanten en nakomelingen. Honden met ED graad II of III worden niet voor de fokkerij ingezet. Een operatie maakt een hond genetisch niet vrij.

Osteochondrose / OCD

Klinisch onderzoek • multifactorieel

Uitleg: Een verstoring van de omzetting van kraakbeen naar bot. Bij OCD kan een kraakbeenflap ontstaan; onder meer schouder, elleboog, knie en sprong kunnen betroffen zijn.

Symptomen: Kreupelheid, gewrichtspijn, zwelling en verminderde bewegingslust bij een groeiende hond.

Erfelijkheid: Aanleg, groeisnelheid, voeding en belasting kunnen bijdragen.

Onderzoek / test: Orthopedisch onderzoek en röntgenfoto’s; zo nodig CT of artroscopie. Geen betrouwbare voorspellende DNA-test voor deze rassen.

Betekenis voor de fokkerij: Het aangedane gewricht, ernst en voorkomen in de familie tellen mee; herstel na behandeling neemt aanleg niet weg.

Ons beleid: Wij registreren de diagnose en nemen deze en verwanteninformatie mee bij herbeoordeling van een lijn of combinatie.

Artrose

Klinisch onderzoek • meestal secundair / multifactorieel

Uitleg: Chronische gewrichtsverandering die onder meer na HD, ED, OCD, instabiliteit of letsel kan ontstaan.

Symptomen: Stijfheid na rust, pijn, kreupelheid en verminderde belastbaarheid.

Erfelijkheid: Artrose is geen enkelvoudige erfelijke ziekte; de onderliggende gewrichtsafwijking kan wel erfelijk beïnvloed zijn.

Onderzoek / test: Klinisch onderzoek en beeldvorming. De ernst op een foto en de hoeveelheid pijn komen niet altijd overeen.

Betekenis voor de fokkerij: De oorzaak en leeftijd van ontstaan zijn belangrijker dan alleen het woord artrose.

Ons beleid: Wij beoordelen oorzaak, functioneren en familiegegevens en vermelden onderzoeksuitslagen met hun context.

Patellaluxatie

Klinisch onderzoek • erfelijk beïnvloed / multifactorieel

Uitleg: De knieschijf verschuift uit haar normale groeve. Dit kan samenhangen met de bouw van de achterhand.

Symptomen: Huppelen, tijdelijk een achterpoot optillen, afwijkende gang of aanhoudende kreupelheid.

Erfelijkheid: Ontwikkelingsgebonden vormen hebben vaak een erfelijke component; een traumatische vorm is iets anders.

Onderzoek / test: Onderzoek door een bevoegde dierenarts met graadbeoordeling, zo nodig röntgenfoto’s. Geen betrouwbare voorspellende DNA-test voor beide rassen.

Betekenis voor de fokkerij: Bouw, ernst, klachten en familiegegevens moeten worden meegewogen.

Ons beleid: Wij nemen vastgestelde patellaproblemen mee bij de beoordeling van functionaliteit en fokgeschiktheid.

Spondylose

Klinisch onderzoek • leeftijdsgebonden / multifactorieel

Uitleg: Botnieuwvorming langs wervels, soms met brugvorming. Dit is niet hetzelfde als een hernia of iedere andere oorzaak van rugpijn.

Symptomen: Vaak geen klachten; soms stijfheid of verminderde rugbeweeglijkheid. Neurologische uitval vraagt onderzoek naar andere of bijkomende oorzaken.

Erfelijkheid: Leeftijd en ras spelen een rol; een eenvoudige overerving voor Cane Corso en Boerboel is niet vastgesteld.

Onderzoek / test: Röntgenfoto’s en klinisch onderzoek. Bij neurologische klachten kan CT/MRI nodig zijn. Geen betrouwbare voorspellende DNA-test.

Betekenis voor de fokkerij: Een uitslag geldt voor de onderzochte leeftijd; later kunnen veranderingen ontstaan.

Ons beleid: Wij vermelden datum en leeftijd bij rugonderzoek en beoordelen uitslagen samen met functioneren.

DSRA — Dental-Skeletal-Retinal Anomaly

DNA-testbaar • autosomaal recessief

Uitleg: Een bij Cane Corso beschreven aandoening die gebit, skeletontwikkeling en netvlies aantast. Ook relevant voor nakomelingen die Cane Corso-afkomst hebben.

Symptomen: Broze of verkleurde tanden, achterblijvende en afwijkende groei en verlies van gezichtsvermogen.

Erfelijkheid: De bekende MIA3-variant erft autosomaal recessief over: twee kopieën kunnen ziekte veroorzaken; één kopie betekent dragerschap.

Onderzoek / test: Een specifieke DNA-test voor de bekende MIA3-variant. Gebits-, skelet- en oogonderzoek beoordelen de gevolgen.

Betekenis voor de fokkerij: Bij drager × vrij worden voor deze variant geen genetisch aangedane pups verwacht; pups kunnen drager zijn. Twee dragers combineren geeft risico op aangedane pups.

Ons beleid: Wij gebruiken de specifieke uitslag bij combinatiekeuze om aangedane pups te voorkomen en onderscheiden vrij, drager en genetisch aangedaan. Niet getest betekent onbekend.

NCL1 / CLN1

DNA-testbaar • autosomaal recessief

Uitleg: Een zeldzame, ernstige stapelingsziekte met progressieve afbraak van het zenuwstelsel, beschreven bij Cane Corso. Geen synoniem voor gewone idiopathische epilepsie.

Symptomen: Toenemende problemen met coördinatie, gedrag of zicht, en mogelijk epileptische aanvallen.

Erfelijkheid: Voor de bij Cane Corso beschreven vorm is een recessieve PPT1-variant bekend.

Onderzoek / test: Specifieke DNA-test voor de Cane Corso-PPT1-variant; bij klachten neurologisch onderzoek. Een test voor een andere NCL-vorm dekt dit niet automatisch.

Betekenis voor de fokkerij: Een vrije uitslag voor deze variant sluit andere neurologische ziekten niet uit.

Ons beleid: Wij controleren welke variant daadwerkelijk is getest en gebruiken relevante uitslagen bij combinatiekeuze, ook wanneer die variant via outcross kan worden doorgegeven.

Hyperuricosurie (HUU)

DNA-testbaar • autosomaal recessief

Uitleg: Verhoogde uitscheiding van urinezuur, die de kans op uraatstenen kan verhogen. Een genetische risicouitslag betekent niet dat iedere hond stenen ontwikkelt.

Symptomen: Moeilijk of frequent plassen, bloed in urine en bij verstopping niet kunnen plassen.

Erfelijkheid: De bekende SLC2A9-variant erft recessief over. De relevantie voor de betreffende hond of lijn moet worden gecontroleerd.

Onderzoek / test: Specifieke DNA-test, plus urineonderzoek en zo nodig echo en steenanalyse bij klachten.

Betekenis voor de fokkerij: Voorkom risicocombinaties voor de onderzochte variant; maak onderscheid tussen genotype en daadwerkelijke steenvorming.

Ons beleid: Wij interpreteren paneluitslagen per gen en variant. Een HUU-uitslag is geen verklaring voor iedere nier- of blaasziekte.

Idiopathische epilepsie bij Cane Corso

Geen betrouwbare voorspellende test • vermoedelijk complexe erfelijke aanleg

Uitleg: Herhaalde niet-uitgelokte epileptische aanvallen waarvoor na passend onderzoek geen andere oorzaak wordt gevonden. Reactieve aanvallen door bijvoorbeeld vergiftiging of stofwisselingsproblemen worden hiervan onderscheiden.

Symptomen: Gegeneraliseerde aanvallen of focale verschijnselen; achteraf kunnen desoriëntatie, onrust en tijdelijk veranderd gedrag optreden.

Erfelijkheid: Erfelijke aanleg kan bijdragen, maar de overerving is niet terug te brengen tot bewezen eenvoudig dragerschap op basis van ons identificatiepanel.

Onderzoek / test: Aanvalsverhaal/video, neurologisch onderzoek, bloed en urine; afhankelijk van de situatie MRI en hersenvochtonderzoek. Een normale MRI alleen bewijst geen idiopathische epilepsie.

Betekenis voor de fokkerij: Leeftijd, diagnose, verwanten en nakomelingen zijn essentieel. Ook een oudere hond zonder aanvallen is niet gegarandeerd genetisch vrij.

Ons beleid: Wij registreren klinische gevallen en beoordelen lijnen en combinaties opnieuw. Honden jonger dan vijf jaar zonder aanvallen gelden in onze opvolging als voorlopig klachtenvrij. Vanaf vijf jaar hebben klachtenvrije controles meer informatiewaarde, zonder gezondheidsgarantie. Onze SNP-overlap is verkennend en geen bewezen epilepsietest, dragerschapstest of betrouwbare kansberekening per pup.

Juveniele focale epilepsie bij Boerboel

Klinische diagnostiek • geen betrouwbare voorspellende DNA-test

Uitleg: Bij verwante Boerboels is een vroege focale epilepsievorm met opvallende angstverschijnselen beschreven. Niet ieder angstig gedrag is epilepsie.

Symptomen: Plotselinge, terugkerende en sterk gelijkende episoden met angst, vocaliseren of afwijkend gedrag; andere aanvalstekenen kunnen meekomen.

Erfelijkheid: Familiair voorkomen ondersteunt erfelijke betrokkenheid; het gepubliceerde onderzoek bewijst geen algemeen toepasbare dragerschapstest.

Onderzoek / test: Video’s, aanvalsanamnese, neurologisch onderzoek en gerichte uitsluiting van andere oorzaken. Een epilepsietest voor een ander ras is niet automatisch bruikbaar.

Betekenis voor de fokkerij: De Boerboel brengt eigen mogelijke gezondheidsrisico’s mee in een outcrossprogramma.

Ons beleid: Wij volgen ook gedrag en neurologische gezondheid van Boerboels en kruisingen en nemen bevestigde gevallen en familieverbanden mee in fokbeslissingen.

Evenwichtsproblemen en spiertrillingen

Klinisch onderzoek • oorzaakafhankelijk • geen algemene voorspellende test

Uitleg: Een scheve kop, cirkelen, omvallen of trillen zijn symptomen, geen afzonderlijke bewezen erfelijke diagnose. Oor-, zenuw-, spier- en stofwisselingsproblemen kunnen oorzaken zijn.

Symptomen: Evenwichtsverlies, oogbewegingen, scheve kop, spiertrillingen, zwakte of afwijkende gang.

Erfelijkheid: Afhankelijk van de uiteindelijke diagnose; uit een video of een trilling alleen volgt geen erfelijkheidsconclusie.

Onderzoek / test: Lichamelijk, oor- en neurologisch onderzoek, bloedonderzoek en zo nodig beeldvorming of andere gerichte tests.

Betekenis voor de fokkerij: Eerst de oorzaak vaststellen voordat een hond of lijn een erfelijk etiket krijgt.

Ons beleid: Wij leggen terugkerende verschijnselen vast, laten deze onderzoeken en beoordelen fokinzet op basis van de diagnose en familiegegevens.

Dilaterende cardiomyopathie (DCM)

Klinische screening • oorzaakafhankelijk • geen betrouwbare algemene voorspellende DNA-test

Uitleg: Een hartspierziekte waarbij de pompfunctie vermindert; hartritmestoornissen en hartfalen kunnen optreden.

Symptomen: Minder uithoudingsvermogen, snelle ademhaling in rust, hoesten, flauwvallen of plotseling overlijden; vroege stadia kunnen onopvallend zijn.

Erfelijkheid: Erfelijke vormen bestaan bij bepaalde rassen, maar ook andere oorzaken spelen mee. Een DNA-test gevalideerd voor bijvoorbeeld Dobermanns voorspelt niet automatisch DCM bij Cane Corso, Boerboel of kruisingen.

Onderzoek / test: Cardiologisch onderzoek, hartecho en ECG; zo nodig een Holterregistratie. Alleen luisteren sluit DCM niet uit.

Betekenis voor de fokkerij: Een normale screening is een momentopname; leeftijd en herhaald onderzoek kunnen belangrijk zijn.

Ons beleid: Wij nemen bevestigde hartziekte, leeftijd en familiegegevens mee bij de evaluatie. Wij presenteren een breed DNA-panel niet als DCM-vrijverklaring.

Entropion

Klinisch oogonderzoek • erfelijk beïnvloede bouw / multifactorieel

Uitleg: Het ooglid draait naar binnen, waardoor haren tegen het hoornvlies schuren. Zowel Cane Corso, Boerboel als outcrosshonden kunnen worden getroffen.

Symptomen: Knijpen met het oog, tranen, roodheid, pijn en mogelijk hoornvliesbeschadiging.

Erfelijkheid: Bouwgerelateerd entropion kan erfelijk beïnvloed zijn; pijn, littekens of andere oorzaken kunnen ook een rol spelen.

Onderzoek / test: Oogonderzoek en beoordeling van ooglidstand, zo nodig specialistisch. Geen betrouwbare algemene voorspellende DNA-test.

Betekenis voor de fokkerij: Een operatie herstelt de ooglidstand, maar verandert eventuele erfelijke aanleg niet.

Ons beleid: Wij registreren ook geopereerd entropion en nemen oorspronkelijke ooglidbouw, ernst en familiegegevens mee in selectie.

Ectropion

Klinisch oogonderzoek • erfelijk beïnvloede bouw / multifactorieel

Uitleg: Het ooglid hangt naar buiten, met blootstelling van het oogslijmvlies.

Symptomen: Roodheid, tranen, afscheiding en terugkerende irritatie.

Erfelijkheid: Kan samenhangen met erfelijk beïnvloede kop- en ooglidbouw, maar kan ook verworven zijn.

Onderzoek / test: Oogonderzoek; geen betrouwbare algemene voorspellende DNA-test voor deze rassen.

Betekenis voor de fokkerij: Selectie op functionele oogleden en gematigde bouw is relevant.

Ons beleid: Wij beoordelen ooglidstand en oogfunctie en wegen problemen en noodzakelijke correcties mee bij de fokkeuze.

Cherry eye

Klinisch oogonderzoek • aanleg mogelijk • geen betrouwbare voorspellende DNA-test

Uitleg: De traanklier van het derde ooglid komt naar buiten.

Symptomen: Een roze of rode zwelling in de binnenste ooghoek, soms met irritatie en afscheiding.

Erfelijkheid: Ras- en familiaire aanleg worden vermoed; eenvoudige overerving is niet vastgesteld.

Onderzoek / test: Klinisch oogonderzoek; beoordeling van traanproductie en eventuele bijkomende problemen.

Betekenis voor de fokkerij: Chirurgisch herstel maakt eventuele aanleg niet ongedaan; gegevens van verwanten helpen bij selectie.

Ons beleid: Wij leggen optreden en behandeling vast en nemen dit mee in de beoordeling van ooggezondheid en combinaties.

Netvliesaandoeningen: PRA en retinadysplasie

Klinisch oogonderzoek • DNA-testbaarheid afhankelijk van de precieze vorm

Uitleg: PRA betreft voortschrijdende netvliesafbraak; retinadysplasie betreft een afwijkende ontwikkeling van het netvlies. De netvliesafwijking bij DSRA is een specifieke context.

Symptomen: Verminderd zicht, moeite in het donker of botsen; sommige ontwikkelingsafwijkingen geven weinig zichtbare klachten.

Erfelijkheid: Afhankelijk van de specifieke aandoening en variant. Een negatieve test voor één PRA-variant sluit andere oogziekten niet uit.

Onderzoek / test: Oogonderzoek door een oogspecialist; DNA-test alleen wanneer de betreffende variant voor de aandoening en afkomst relevant is.

Betekenis voor de fokkerij: Een panel met PRA-tests is geen volledige oogvrijverklaring.

Ons beleid: Wij vermelden welke oogtest is uitgevoerd en nemen diagnose, leeftijd en relevante DNA-uitslag samen mee.

Maagdilatatie en maagtorsie (GDV)

Multifactorieel • geen betrouwbare voorspellende test

Uitleg: De maag zet sterk uit en kan draaien. Dit is een levensbedreigende spoedsituatie, vooral relevant bij grote honden.

Symptomen: Niet-productief kokhalzen, onrust, een opgezette buik, veel speeksel, zwakte of instorten: direct een dierenarts bellen.

Erfelijkheid: Lichaamsbouw, leeftijd, familiegeschiedenis en andere factoren beïnvloeden risico; geen eenvoudig recessief model.

Onderzoek / test: Spoedonderzoek en röntgenfoto’s voor diagnose. Geen test die vooraf betrouwbaar vaststelt welke hond GDV krijgt.

Betekenis voor de fokkerij: Een familiale voorgeschiedenis is relevant, ook wanneer ouderdieren eerder gezond leken.

Ons beleid: Wij registreren gevallen in familie en nakomelingen en bespreken risico en eventuele preventieve gastropexie met de dierenarts.

Regurgitatie, reflux en megaoesofagus

Klinische diagnostiek • oorzaakafhankelijk • geen algemene voorspellende test

Uitleg: Regurgitatie is passief terugkomen van voedsel; braken is iets anders. Een verwijde, slecht bewegende slokdarm heet megaoesofagus. Regurgitatie alleen bewijst deze diagnose niet.

Symptomen: Voedsel teruggeven, slikproblemen, onvoldoende groei, hoesten of benauwdheid door verslikken en aspiratie.

Erfelijkheid: Megaoesofagus kan aangeboren of verworven zijn; erfelijkheid hangt af van de oorzaak. Reflux is geen enkelvoudige erfelijke ziekte.

Onderzoek / test: Onderzoek, thoraxfoto’s en zo nodig slikonderzoek, endoscopie of gerichte tests naar onderliggende ziekte.

Betekenis voor de fokkerij: Aanhoudende klachten moeten worden uitgezocht vóór een beslissing over fokgeschiktheid.

Ons beleid: Wij volgen groei en klachten en baseren conclusies op een vastgestelde diagnose; goed groeien sluit een slokdarmprobleem niet uit.

Nierziekte en acuut nierfalen

Klinische diagnostiek • oorzaakafhankelijk • geen algemene voorspellende test

Uitleg: Verminderde nierfunctie kan acuut ontstaan door bijvoorbeeld toxische stoffen, infectie of circulatieproblemen, of chronisch verlopen.

Symptomen: Sloomheid, braken, veranderde dorst en urineproductie en gewichtsverlies.

Erfelijkheid: Sommige specifieke nierziekten zijn erfelijk; acuut nierfalen is niet op zichzelf bewijs van een erfelijke aandoening.

Onderzoek / test: Bloed- en urineonderzoek, bloeddruk en echo; aanvullende diagnostiek afhankelijk van oorzaak.

Betekenis voor de fokkerij: Diagnose, leeftijd en familiaire patronen bepalen de betekenis voor fokkerij.

Ons beleid: Wij registreren oorzaak waar bekend en beoordelen vroege of herhaalde gevallen in een familie; HUU-vrij betekent niet vrij van alle nierziekten.

Tumoren en kanker, waaronder longtumoren

Klinische diagnostiek • meestal complex / multifactorieel

Uitleg: Een verzamelnaam voor verschillende gezwellen. Een longafwijking kan een primaire tumor of uitzaaiing zijn; beeldvorming alleen bepaalt niet altijd het type.

Symptomen: Een groeiende massa, gewichtsverlies, aanhoudend hoesten, benauwdheid of verminderde conditie; symptomen verschillen per tumor.

Erfelijkheid: Genetische aanleg kan bij bepaalde vormen bijdragen, naast leeftijd en omgeving. Niet iedere tumor is erfelijk en één geval bewijst geen erfelijk syndroom.

Onderzoek / test: Onderzoek, beeldvorming en waar mogelijk cytologie of histologie; soms stadiëring. Geen betrouwbare test die alle kanker bij deze rassen voorspelt.

Betekenis voor de fokkerij: Tumortype, leeftijd en herhaling in verwanten zijn relevant.

Ons beleid: Wij volgen levensduur en doodsoorzaken waar informatie beschikbaar is en gebruiken bevestigde diagnoses bij evaluatie van lijnen.

Hypothyreoïdie

Klinisch bloedonderzoek • erfelijke aanleg mogelijk • geen algemene voorspellende DNA-test

Uitleg: Een te traag werkende schildklier, vaak door verlies van functioneel schildklierweefsel.

Symptomen: Sloomheid, gewichtstoename, vachtverlies en terugkerende huidproblemen.

Erfelijkheid: Auto-immuunthyreoïditis kan erfelijk beïnvloed zijn; niet ieder laag T4 is hypothyreoïdie.

Onderzoek / test: T4, zo nodig vrij T4, TSH en antistoffen, geïnterpreteerd met klachten, ziekte en medicatie.

Betekenis voor de fokkerij: Bevestigde diagnose en familiegegevens wegen zwaarder dan één losse lage waarde.

Ons beleid: Wij laten afwijkingen passend onderzoeken en nemen een bevestigde aandoening mee bij fokgeschiktheid.

Demodicose

Klinisch huidonderzoek • aanleg en afweer spelen mee

Uitleg: Overmatige vermeerdering van Demodex-mijten in de huid. Een plaatselijke jeugdvorm verschilt van gegeneraliseerde of volwassen demodicose.

Symptomen: Kale plekken, roodheid en bij bijkomende infectie huidontsteking of jeuk.

Erfelijkheid: Voor gegeneraliseerde jeugdvormen wordt erfelijke gevoeligheid vermoed. Bij volwassen honden moet ook een onderliggende ziekte of afweeronderdrukking worden onderzocht.

Onderzoek / test: Huidafkrabsels of andere geschikte huiddiagnostiek en bij volwassen gevallen onderzoek naar de oorzaak. Geen betrouwbare voorspellende DNA-test.

Betekenis voor de fokkerij: Vorm, ernst, leeftijd en herhaling in de familie zijn van belang.

Ons beleid: Wij registreren de vorm en diagnose en beoordelen ernstige of terugkerende problemen samen met familiegegevens.

Oorontsteking (otitis)

Klinisch onderzoek • multifactorieel / oorzaakafhankelijk

Uitleg: Ontsteking van buiten-, midden- of binnenoor. Bacteriën of gisten kunnen secundair zijn aan bijvoorbeeld allergie of andere problemen.

Symptomen: Kopschudden, krabben, geur, pijn en afscheiding; een scheve kop of evenwichtsverlies kan bij binnenoorproblemen optreden.

Erfelijkheid: Een infectie is niet rechtstreeks erfelijk; bouw of onderliggende gevoeligheid kan bijdragen.

Onderzoek / test: Otoscoop en cytologie; zo nodig kweek, CT/MRI en onderzoek naar de onderliggende oorzaak.

Betekenis voor de fokkerij: Terugkerende klachten zijn relevanter dan een eenmalige infectie.

Ons beleid: Wij laten herhaalde oorproblemen onderzoeken en beoordelen de vastgestelde oorzaak bij verdere fokinzet.

Ademhalings- en gebitsproblemen door extreme bouw

Klinisch functioneel onderzoek • bouw erfelijk beïnvloed

Uitleg: Een sterk verkorte snuit, nauwe neusgaten, ongunstige ooglidbouw of een gebitsafwijking kan de dagelijkse functie beperken. Een raskenmerk rechtvaardigt geen pijn of benauwdheid.

Symptomen: Luidruchtige ademhaling, inspannings- of warmteproblemen, slikproblemen, beschadiging door tanden of moeite met eten.

Erfelijkheid: Kop-, kaak- en luchtwegbouw worden erfelijk beïnvloed; klachten en ernst zijn multifactorieel.

Onderzoek / test: Beoordeling van ademhaling, neusgaten, gebit en belastbaarheid; zo nodig specialistisch luchtwegonderzoek. Geen enkele DNA-test beoordeelt de volledige functionaliteit.

Betekenis voor de fokkerij: Selecteer op kunnen ademen, bewegen en eten zonder functionele beperking.

Ons beleid: Functionaliteit is een uitgangspunt van ons fokbeleid. Wij wegen bouw en eventuele corrigerende ingrepen mee en behandelen uiterlijk niet als gezondheidsgarantie.

Vaginale hyperplasie / prolaps

Klinisch onderzoek • hormonaal • erfelijke aanleg mogelijk

Uitleg: Oestrogenen tijdens de loopsheid kunnen sterke zwelling van vaginaweefsel veroorzaken, dat soms buiten de vulva komt. Relevant aandachtspunt bij onder meer Boerboel.

Symptomen: Uitpuilend roze weefsel, veel likken, irritatie en soms problemen met plassen.

Erfelijkheid: Een aanleg wordt vermoed, maar een eenvoudige betrouwbare DNA-test voor deze rassen ontbreekt.

Onderzoek / test: Dierenartsonderzoek tijdens de klachten om andere afwijkingen uit te sluiten.

Betekenis voor de fokkerij: Herhaling en ernst moeten worden meegewogen in het welzijn en de inzet van een teef.

Ons beleid: Wij laten de diagnose vaststellen en beoordelen verdere fokinzet op oorzaak, ernst en herhaling.

Pyometra en metritis

Klinische diagnostiek • infectie / hormonale en verloskundige factoren

Uitleg: Pyometra is een ernstige baarmoederinfectie, vaak na loopsheid. Metritis is baarmoederontsteking die onder meer na een bevalling kan optreden.

Symptomen: Sloomheid, slecht eten, meer drinken, braken, koorts of afwijkende uitvloeiing. Bij gesloten pyometra kan uitvloeiing ontbreken.

Erfelijkheid: Dit zijn geen eenvoudig DNA-testbare aandoeningen; één infectie bewijst geen erfelijke oorzaak.

Onderzoek / test: Dierenartsonderzoek, echo en bloedonderzoek. Afwijkende uitvloeiing kan thuis niet betrouwbaar van een ernstige infectie worden onderscheiden.

Betekenis voor de fokkerij: Welzijn, herstel, oorzaak en herhaling zijn leidend voor verdere inzet.

Ons beleid: Wij laten verdachte klachten tijdig onderzoeken en beoordelen verdere fokinzet met de dierenarts.

Mastitis en problemen rond melkproductie

Klinische diagnostiek • infectie / oorzaakafhankelijk

Uitleg: Een ontstoken melkklier kan de moeder ernstig ziek maken en gevolgen hebben voor pups. Onvoldoende melk kent ook andere oorzaken. “Toxic milk syndrome” is geen voldoende vastgestelde oorzaak zonder onderzoek.

Symptomen: Pijnlijke, warme of gezwollen klieren, afwijkende melk, koorts; pups kunnen slecht drinken, onvoldoende groeien of ziek worden.

Erfelijkheid: Meestal verworven; geen betrouwbare erfelijke voorspellende test.

Onderzoek / test: Onderzoek van moeder, melk en pups; zo nodig kweek en bloedonderzoek en beoordeling van voeding en andere kraamproblemen.

Betekenis voor de fokkerij: Eerst oorzaak en herstel beoordelen; één gebeurtenis bewijst geen genetisch probleem.

Ons beleid: Wij volgen moeder en groei van pups en laten afwijkingen onderzoeken; vermoedens vermelden wij niet als bevestigde diagnoses.

Canine herpesvirus (CHV)

Infectie • diagnostische PCR mogelijk • geen erfelijkheidstest

Uitleg: Een besmettelijke virusinfectie die vooral bij zeer jonge pups ernstige ziekte en sterfte kan veroorzaken. Dit is geen erfelijke aandoening.

Symptomen: Slecht drinken, onrust, zwakte en plotselinge sterfte bij neonaten; volwassen honden kunnen weinig verschijnselen hebben.

Erfelijkheid: Overdracht van infectie is iets anders dan genetische overerving.

Onderzoek / test: Gerichte PCR en bij sterfte zo nodig sectie. Een vermoeden op basis van symptomen is geen bevestiging; een negatieve test sluit iedere toekomstige infectie niet uit.

Betekenis voor de fokkerij: Preventie en infectiebeheersing zijn belangrijk rond dracht, bevalling en pups.

Ons beleid: Wij maken onderscheid tussen verdenking en bewezen infectie en stemmen preventie, hygiëne en eventuele vaccinatie af met de dierenarts.

Neonatale infecties en vroege puppysterfte

Klinische diagnostiek • verschillende mogelijke oorzaken

Uitleg: Vroege puppysterfte kan samenhangen met infectie, onvoldoende voeding, onderkoeling, aangeboren afwijkingen of andere oorzaken. “Fading puppy” beschrijft een verloop, geen specifieke diagnose.

Symptomen: Slecht drinken, gewichtsverlies, zwakte, afwijkende temperatuur, diarree of ademhalingsproblemen.

Erfelijkheid: Sommige aangeboren oorzaken kunnen erfelijk zijn; infecties en verzorgingsproblemen zijn dat niet op dezelfde manier.

Onderzoek / test: Onderzoek van moeder en pups, groei- en temperatuurregistratie, gerichte tests en waar mogelijk sectie bij sterfte.

Betekenis voor de fokkerij: Een verklaring vraagt onderzoek; het aantal overleden pups alleen toont geen erfelijke oorzaak aan.

Ons beleid: Wij registreren het verloop en bevestigde bevindingen en nemen terugkerende patronen mee bij het evalueren van ouderdieren en combinaties.

Wormen en andere darmparasieten

Infectie • ontlastingsonderzoek • geen erfelijke voorspellende test

Uitleg: Onder meer spoelwormen kunnen pups besmetten, ook via de moeder. Andere parasieten vragen andere diagnostiek en behandeling.

Symptomen: Diarree, een bolle buik, achterblijvende groei, braken of zichtbare wormen; besmetting kan ook zonder klachten aanwezig zijn.

Erfelijkheid: Besmetting via moeder of omgeving is geen Mendeliaanse overerving.

Onderzoek / test: Ontlastingsonderzoek op eieren, antigenen of andere gerichte tests. Zichtbare wormen bepalen niet automatisch de volledige parasietenstatus.

Betekenis voor de fokkerij: Gezondheidsmanagement en controle zijn belangrijker dan genetische uitsluiting van een lijn.

Ons beleid: Wij stemmen parasietencontrole af op leeftijd, klachten en onderzoeksuitslagen en laten aanhoudende problemen onderzoeken.

Gezondheid in ons outcrossprogramma

Outcross en backcross kunnen genetische diversiteit vergroten, maar nemen ziekte niet automatisch weg. De Cane Corso én de Boerboel kunnen aanleg doorgeven. Daarom beoordelen wij ouderdieren, relevante specifieke DNA-varianten, orthopedische gezondheid, ogen, hart, neurologische gezondheid, karakter en familiegegevens in hun context.

Wij volgen uitkomsten over meerdere generaties. Een gezonde F1 of gunstige DNA-COI voorspelt niet automatisch een gezonde backcross. Bij bekende recessieve varianten blijft de combinatie van beide ouderuitslagen bepalend; onbekende aanleg kan ook worden doorgegeven.

DNA-COI, heterozygositeit en verwantschap geven informatie over diversiteit. Ze bewijzen geen vrij zijn, bescherming of dragerschap voor epilepsie, DCM of andere complexe aandoeningen. Verkennende SNP-overlap gebruiken wij niet als gevalideerde ziektevoorspelling.

Transparantie en opvolging

Wij nemen gezondheidsinformatie van verwanten en nakomelingen mee in onze besluiten, ook wanneer een uitkomst tegenvalt. Een vermoeden blijft een vermoeden totdat passend onderzoek de diagnose ondersteunt. Waar nog geen vaste aandoeningsspecifieke grens is vastgelegd, beoordelen wij diagnose, ernst, leeftijd en familiair voorkomen binnen onze algemene fokvisie; deze pagina introduceert geen nieuwe vaste grenswaarden.

Gedrag en stabiel temperament worden daarnaast beoordeeld binnen ons Fokbeleid. Een gedragsprobleem is niet automatisch een erfelijke neurologische aandoening.

Bronnen en actualisatie

Inhoud gecontroleerd op 8 oktober 2026. Broninformatie beschrijft aandoeningen; “ons beleid” beschrijft de toepassing binnen LNF Molossers.

Bij acute benauwdheid, niet kunnen plassen, verdenking op maagtorsie of ernstige ziekte van moeder of pups is direct dierenartszorg nodig. Een aanval langer dan vijf minuten of meerdere aanvallen kort na elkaar vraagt spoedcontact.

Vragen over onze gezondheidsuitslagen of fokkeuzes? Neem contact met ons op.